Oude liefde roest niet

Toen ik Meneer Eediete net kende gingen we maar zelden uit eten. Onze portomonnee liet ons dat in die tijd niet toe, armlastige studenten die we waren. Een restaurantje in Utrecht waar we graag kwamen was Le Clochard. Als het druk was kon je wachten bij de open haard en de eenvoudige kaart met spareribs, varkenssate en biefstuk was zeer betaalbaar. Maar zoals het gaat als je meer geld te besteden hebt en een andere smaak ontwikkelt, dan vergeet je een bistro als deze.
Tot we deze week een uurtje over hadden om ergens in de stad te eten. De snackbar vonden we geen optie en we waren te ver van huis om eten bij de traiteur te halen en thuis op te eten. En toen kwam Meneer Eediete op het idee om weer eens naar Le Clochard te gaan. Daar zouden we snel en toch even gezellig kunnen eten. En hij reed er nog in 1x goed naar toe ook!
De inrichting was niet veranderd en ik verbaasde me dat er niet alleen studenten aten. Ook in onze tijd was het wel een plek waar je je ouders mee naar toe nam, maar die generatie zat er nu ook zonder hun kinderen. Althans, dat viel me nu op, toen niet.
Ook de kaart was nog hetzelfde, dus bestelde Meneer Eediete de spareribs en ik de sate van varkensfricandeau. Tijdens een glaasje fris bereidde ik me op het ergste voor, maar dat bleek niet nodig. Een houten plank werd voor me gezet met daarop drie spiezen vlees, een flinke berg satesaus er bovenop, wat friet ernaast en een schaaltje ijsbergsla ernaast. Het vlees was was precies goed gegrilld en de satesaus was lekker pittig. Ook de frieten waren gewoon goed gebakken en de sla, tja, was ijsbergsla. En ook de spareribs van Meneer Eediete waren eigenlijk gewoon prima.
Het zal misschien wel weer net zo lang duren voor we er weer eens komen als het dit keer geduurd heeft, maar we weten het zeker: Le Clochard heeft nog niet afgedaan!

Gebakken knolselderij met cashewnoten

Terwijl ik het recept voor Frites met cashewnoten uit het kookboek De Indiase keuken van Anjum aan het overtypen was voor koken.blog.nl, vroeg ik me af of ik knolselderij ook kon bakken. Een solo-maaltijd is dan een prima moment om dat te testen. En de conclusie: het kan!

Gebakken knolselderij met cashewnoten (1p)

* stukje knolselderij
* klein handje cashewnoten
* snufje (gemalen) komijnzaad, snufje gemalen korianderzaad en wat gemalen geelwortelpoeder
* peper en zout naar smaak

Schil de knolselderij en snijd ‘m in kleine stukjes.
Breek de cashewnoten in wat kleinere stukken en rooster ze in een droge koekenpan. Zodra ze beginnen te ruiken voeg je de specerijen toe en deze roer je er goed door. Na ca. 10 seconden het mengsel uit de pan halen.
Verwarm wat olie in dezelfde koekenpan en bak hierin de stukjes knolselderij rondom bruin (en gaar).
Meng op het laatst het cashew-specerijenmengsel erdoor en eet smakelijk!

Ik at het met een eenvoudige salade van een restje spitskool, een paar gewelde abrikozen en een dressing van honingazijn, mayonaise, peper en zout. Maar de volgende keer moet ik iets voorzichtiger met de azijn zijn.

De rest van de knolselderij blancheerde ik en wordt in de vriezer bewaard. Nu nog iets verzinnen met de stengels van de knolselderij, het blad, de tweede knolselderij (ik denk dat ik hier inspiratie ga opdoen), tomaten, courgette, komkommer, uien, winterpeen, basilicum en bieslook. Tips zijn welkom, en deze ingredienten hoeven niet allemaal in 1 gerecht te worden verwerkt!

Pasta solo

Ik had deze inleiding natuurlijk kunnen gebruiken om een heel verhaal te schrijven over de Pasta Putanesca. Maar de eerlijke waarheid is dat ik er pas achter kwam dat ik dit gerecht gemaakt had, toen ik het toch even ging nakijken. Ik stond in de keuken met een paar tomaten die ik overhad van de tomatentest. En met wat ingredienten die nog in de koelkast lagen rommelde ik onderstaande in elkaar. Snel, gemakkelijk, licht en een heerlijke solo-maaltijd. Maar omdat ik bijna zeker wist dat ik dit of een vergelijkbaar recept al eens onder ogen had gehad, typte ik de belangrijkste ingredienenten in Google in. En toen bleek dat ik inderdaad spontaan mijn eigen versie van dit bekende pasta-recept gemaakt:

Pasta Solo
Voor 1 persoon dus

* 70 gr pasta, ik had tagliatelle
* 3 tomaten, 1 sjalotje
* 1/2 el tomatenpuree
* 1 ansjovisfilet, 8 olijven (groen en zwart), paar (gezouten) kappertjes
* verse basilicum en peper

Laat de ansjovis in wat olijfolie smelten en bak dan het gesnipperde sjalotje even aan.
Bak de tomatenpuree even mee, en doe dan de tomaten in partjes in de pan. Laat deze in het eigen vocht smoren.
Voeg zodra de tomaten uit elkaar beginnen te vallen de olijven in stukjes en de afgespoelde kappertjes toe.
Gooi nu ook de verse pasta in het kokende gezouten water. 
Breng de saus op smaak met peper en garneer met een siffonade van basilicum.

Nu moeten de twee knolselderijen, wat wortelen, een netje uien, een courgette en een komkommer die ook over waren nog een bestemming krijgen..

Les 1: Snijtechnieken

Gister startte mijn kookcursus Kooktechnieken voor culi’s. Op zoek naar meer kennis over koken opperde een vriendin of ik niet eens iets in elkaar kon draaien. En dat idee sprak me erg aan. Vrienden en vrienden van vrienden die mogelijk geinteresseerd zouden zijn kregen een emailtje met vragen over hoe hun ideale kookcursus eruit zou zien. Hun antwoorden bevestigden mij dat ik op de goede weg zat. En gister begonnen 6 van de 8 cursisten aan de eerste les. Twee hadden helaas vanwege ziekte en problemen op het spoor verstek moeten laten gaan.
messen van potten en pannenDe eerste les stond helemaal in het teken van snijden. Na een kort voorstelrondje doken we de keuken in en liet ik een aantal verschillende messen zien. De messen die ik zelf niet had, mocht ik lenen van kookwinkel Potten & Pannen, waarvoor nogmaals veel dank! De hakbijl en het megagrote slagersmes maakten indruk, evenals mijn opmerking dat ze hun tomatenmes eenmaal thuisgekomen in de prullebak moesten gooien. Want met een goed scherp koksmes heb je dat mesje niet meer nodig! En dus testten we eerst de meegebrachte en in de kookruimte aanwezige messen of ze wel scherp genoeg waren. Op een tomaat, want zodra je ook maar iets kracht moet uitoefenen om deze door te snijden, is je mes niet scherp genoeg en weet je dat je ze moet aanzetten of zelfs (laten) slijpen. Eenvoudige test nietwaar?
Op stengels bleekselderij leerde ik ze de basistechniek van het snijden. Houding, stand en beweging van het mes, de begeleidende hand, ik herinnerde me direct weer hoe lastig ik het vond toen ik het leerde. Een appel sneden we brunoise en met de bleekselderij, wat mayonaise, citroensap en wat koriander werd dat een eenvoudige salade (naar een recept uit het basiskookboek Kookook). De koriander werd met het koksmes gehakt, die techniek had iedereen wel snel door. Julienne van peer was nog goed te doen, maar ragfijne reepjes wortel snijden bleek toch een stuk lastiger. Samen met brunoise van knolselderij en een op correcte wijze gesnipperde ui verdwenen deze in de Knolselderij-peersoep. Voor de soep was het natuurlijk niet nodig om de groenten zo fijn te snijden, maar een goede les was het wel.
Maar sommige cursisten waren het meest enthousiast over de techniek van het uitsnijden van partjes sinaasappel. Deze waren bedoeld voor een Crepe Suzette, maar aan het bereiden daarvan kwamen we niet meer toe, en dus verdween de sinaasappel zo in de magen. Omdat de pitten maar niet wilden ontvlammen, experimenteerden we nog wat met het ciseleren van komkommer en het snijden van een siffonade. Dat laatste is eigenlijk “gewoon een sjaggie rollen van kruiden en dan snijden” vatte iemand het goed samen. De algehele conclusie was dat je eigenlijk alleen op deze manier kunt leren snijden: veel doen, en iemand die je op de vingers kijkt en corrigeert waar nodig. Het afkijken van een filmpje op internet alleen zou nooit voldoende zijn. (Dus wil je dat ik de cursus of deze les aan jou en je vrienden kom geven, neem dan contact met me op!)
Moe, maar voldaan, zo voelde ik me toen ik thuis kwam. Maar met veel zin in de volgende les. Jammer dat die pas over 4 weken is!

Lees hier wat we in les 1 (snijtechnieken), les 2 (vlees), les 3 (binden), les 4 (bouillons en soepen), les 5 (pasta) en les 6 (pasta) hebben gedaan. Meer informatie over deze cursus Kooktechnieken voor culi’s vind je hier.  

Gestoofde spitskool

Aan het einde van de middag bracht ik Meneer Eediete naar Schiphol en vertelde hem dat ik iets met spitskool en de aardappels die nog in de la lagen wilde doen met het eten. En hij adviseerde prompt om er de Confits de Canard die we uit Frankrijk meebrachten bij te eten. Hmmmm, dat klonk toch wel een stuk lekkerder dan het gekookte eitje dat ik erbij bedacht had, en de hele terugweg zat ik te dubben. Want ik had stiekem ook al besloten om in mijn weekje alleen-eten zoveel mogelijk vegetarisch te eten.
Dus eenmaal thuis in de keuken besloot ik toch tot het ei. Maar eerder gesmolten eendenvet gebruikte ik wel om de aardappeltjes in te bakken en de spitskool in te stoven! De gestoofde spitskool was zo enorm lekker, dat ik na het eten bijna nog een portie ging maken. De gedachte aan het schaaltje yoghurt met Toula’s zoete druiven toe weerhield me.

Gestoofde spitskool

* 1/3e tot 1/2e spitskool
* klein uitje
* 1 el eendenvet
* 50 ml kruidenbouillon
* snufje kerrie

Snipper het uitje en bak deze zachtjes glazig in het eendenvet.
Snijd de kool in dunne reepjes (vergeet niet de harde kern te verwijderen) en bak ze even mee met de ui.
Blus af met de bouillon, voeg de kerrie toe, roer goed door en laat de kool met de deksel op de pan ca. 10 minuten stoven.
Serveer het vocht dat eventueel overblijvend vocht niet mee.

Lekker met een gekookt eitje en in eendenvet gebakken aardappeltjes. Of Confits de canard, natuurlijk!

Toula’s zoete druiven

Op verzoek van Culinette opnieuw hier een recept dat ik zelf nog nooit heb klaargemaakt, en wel voor de zoete gesuikerde druiven dat ik de Griekse Toula heb zien maken. Ik heb er wel bovenopgestaan, zodat ik het de volgende keer precies zo zal doen. En dat is maar goed, dat van erbovenopstaan, want met alleen de mondelinge overlevering van het recept was het vast niet gelukt. Want de dochter van de baas van onze appartementjes in een molen sprak wel wat engels, maar werkneemster Toula was van het type ‘een beetje dat, een tijdje zus en dat is het dan’. Als ik die eerste aanwijzingen had opgevolgd zou ik ingredienten gemist hebben, de verkeerde druiven gebruikt hebben en lang niet zo’n mooie ingedikte siroop hebben gekregen. Want het ging uiteindelijk als volgt:

Neem een flink glas vol suiker en kieper dat in een pan, en doe er nog zo’n zelfde hoeveelheid bij. Zorg voor minstens vier van deze glazen vol (witte) druiven en doe ze bij de suiker. Nog zo’n glas water erbij, een halve theelepel gemalen kaneel en een snufje gemalen kruidnagelpoeder en breng het aan de kook. Roer regelmatig door.
Ga dan door met de dingen die je aan het doen was: klanten een glaasje drinken inschenken, de dochter van de baas en haar vriendje te eten geven, bekvechten met je moeder die ook in het bedrijf werkt, af en toe roeren in de pan, en soms even glimlachen naar die rare Hollandse die nu in je keuken zit en waar je nauwelijks mee kunt communiceren.
Na ongeveer een uur, ‘t kan wat korter of langer, maar zeker niet de paar minuten die ik mondeling opgedragen had gekregen, moeten de druiven kapotgekookt, maar nog wel herkenbaar zijn en de siroop ingedikt zijn. Laat het afkoelen, giet het over in een pot en sleep het mee naar je thuis om het daar lekker te eten bij yoghurt of ijs. Bijvoorbeeld.

Herken de Griek!

Verheugd had ik me wel, op het eten in Griekenland. Lekkere mezzes, vis spartelend vers uit de zee en dan natuurlijk klassiekers als moussaka en dolma’s, dat was wat ik verwachtte. Goed eten in het buitenland doe je waar de locals zelf eten. Dat weet ik inmiddels uit ervaring en iets dergelijks suggereerde ook het (ver)oude(rde) reisgidsje die we meehadden. Er stonden geen restauranttips in, waardoor het niet erg was dat het boekje in 1977 geschreven en dit een herdruk uit 1985 was. Maar het boekje was wat restaurantadvies zeer bij de tijd (of toch niet?) en adviseerde: “Maar een goede indicatie bieden de bezoekers. Zijn dat toeristen, dan is het eten waarschijnlijk nogal flauw en in de orde van hotel-eten. Ziet u voornamelijk Kretenzers en buitenlandse ingezetenen (zij hebben een wat donkerder huid dan de toeristen en spreken Grieks met de kelner), dan krijgt u er waarschijnlijk de authentieke en interessantere keuken.” (p92, Berlitz reisgids Kreta). Het kon niet meer mis gaan, zou je denken, maar desondanks kregen we toch af en toe vreselijk eten.

Het plaatsje nabij onze molen, van waaruit we een prachtig uitzicht over velden vol olijfbomen hadden, had niet veel restaurants. De eerste dag stelden we geen hoge eisen, maar het eten bleek okay. Daarna volgen een paar dramatische dieptepunten, waaruit bleek dat Grieken tegenwoordig fan van de frituur zijn. Alles kwam er in terecht, de Griekse salade wellicht als enige uitzondering. Maar frieten goed bakken, dat moeten ze nog leren.
Aan de haven aten we op advies van onze gastheer goed. De dolma’s waren licht en luchtig, de sardientjes en calamaris prima, en ook op de meloensalade en het gebakje dat we op de koop toe kregen was niets aan te merken. De dag dat we er, tegen onze principes in, voor de tweede keer wilden gaan eten was het helaas gesloten. In het visrestaurant ernaast was de vangst van de dag een vis die in het engels Balades werd genoemd en uit de plaatselijke zee kwam. Nieuwsgierig probeerde ik ‘m, de vis die de structuur van zeewolf had, maar veels te lang op de grill had gelegen waardoor de vis erg taai was. Ook de zwaardvis van Meneer Eediete was op sommige plaatsen zelfs zwartgeblakerd, helaas.

vis

Een en ander werd enigszins goedgemaakt door onze gastheer en zijn werkneemster Toula. Zij kookte op een anvond een stifado van kip voor ons en serveerde dat, verbazingwekkend genoeg, met spaghetti. Erbij kregen we een Griekse salade, brood en tzaziki. Maar vooral het toetje overdonderde: de yoghurt was zacht en zoet en de in suiker gestoofde druiven maakte het gerechtje af. Zo zeer zelfs, dat ik om het recept vroeg en de dag erna een heuse workshop kreeg. Zodat nu een enorme pot ‘gesuikerde druiven’ op mijn aanrecht staat en ik straks naar de winkel spoed voor een grote pot Griekse yoghurt.