Zusje Eediete is ook een keukenprinses

Een emailtje van zusje Eediete:Â

Hi zus,
Heb afgelopen weekend voor m’n vriendinnetjes, ik was weer aan de beurt, allerlei hapjes in mekaar geflanst, naja, inmiddels begint ‘t steeds meer op koken te lijken!
Natuurlijk heb ik een aantal recepten van jouw site gejat. Deze vielen erg in de smaak bij de meisjes. De meloen-fetasalade en mijn inmiddels befaamde pompoensoep (eigenlijk jouw befaamde ;-)) gingen erin als stokbroodjes met aioli, da’s namelijk wat ze normaal voorgeschoteld krijgen!! Alleen de couscous maakte niet echt vrienden met m’n vriendinnetjes, maar dit zal wel komen omdat ie ‘n beetje plakkerig was (iets teveel aan het lullen en te weinig opgelet, je kent t wel…).
Enniewee, was pas in Bazar en toen heb ik daar weer van die overheerlijke borrelhapjes op, en you know, dan hebben we ‘t niet over bitterballen! En ik dacht, ga ‘n beetje op de Turks/Griekse toer! Ben naast jouw site nog ff verder gesurfd op zoek naar nog meer recepten en ik moet zeggen, ook deze waren een groot succes.
Vooral m’n turkse gehaktballetjes (door omstandigheden wel met gewoon NL’s gehakt) en kaassigaartjes (de Turkse benaming is door ‘t overmatige drankgebruik niet in m’n hersenen opgeslagen) waren goed te versmaden. Oja, en m’n homemade tzaiziki en dadels met spek natuurlijk ook, duh!
Een beetje overmoedig was ik wel, want na een bezoek aan de Rotterdamse markt voor allerlei verse ingredienten en kruiden die Appie niet heeft (iig niet vers) en een pitstop bij Appie, liep m’n planning een beetje in de war! Het plan om de meisjes als toetje te verrassen met baklava is letterlijk in de (pompoen)soep gelopen. En ook de kikkererwten staan nog te wachten om omgetoverd te worden in een lekker hummusje! Ach, je kan niet alles hebben he?
Nou lieve zus, dit wilde ik even met je delen! Zo zie je maar, zelfs je kleine zusje is geinspireerd!
Dikke kus van je zus!

Zeebaars met laurier uit de oven

Meneer Eediete had de boodschappen voor het weekend gedaan. En toen hij me een paar uur geleden vroeg wat ik bedacht had voor de zeebaars vertelde ik hem dit:

* 1 zeebaars (voor grote eters neem je er 1 p.p.)
* 1 teen knoflook, 1 sjalotje
* scheut witte wijn
* citroensap
* paar blaadjes laurier
* peper en zout

Verwijder de ingewanden van de vis, of vraag of je visboer dat doet.
Spoel de zeebaars af onder de koud stromende kraan en dep ‘m droog met keukenpapier.
Snijd de teen knoflook en het sjalotje in dunne plakjes.
Leg de vis op zijn zijkant en maak een aantal schuine inkepingen in het vlees van de bovenliggende zijkant.
Stop hierin een plakje knoflook en een (over de lengte gehalveerd) blaadje laurier.
Verdeel wat van het citroensap over de binnenkant van de vis, evenals wat peper en zout. Als je nog knoflook en stukjes laurierblad over hebt, leg je deze ook in de vis.
Leg de vis in een ovenschaal, giet er een bodempje witte wijn omheen, en verdeel de plakjes sjalot om de vis.
Gaar de vis in ca 20 minuten in een oven van 180 graden.

Koken in Frankrijk - het verslag

Na mijn thuiskomst van het weekje koken in de Franse Alpen (Oz-en-Oisans) tijdens SnowVibes, een skivakantie voor singles, wachtte me een drukke week. Te druk, want ik had amper tijd om over mijn ervaringen te bloggen.
Vooraf vond ik het een spannend avontuur. Ik had geen flauw idee wat ik kon verwachten. Ik ben immers geen single, ben nog nooit met een groepsreis meegeweest en ik zou niet gaan skiën. Daarnaast had ik degene met wie ik verantwoordelijk zou worden voor de avondmaaltijd van 48 gasten pas 1x kort gesproken.
De rit ernaartoe legde ik in twee etappes af. Ik zou in Lyon overnachten en omdat ik mijn energie wat wilde sparen voor de week die komen zou, dook ik niet het centrum, maar een grote supermarkt Carrefour in. Daarvan ging mijn hartje toch ook al sneller kloppen.
Ik sleepte een baguette campagne (donker dun stokbrood), een aardappelsalade op z’n Straatsburgs (met aardappel, friszurige saus, wortel, mais, erwt en kipworst en wat groene kruiden), een zachte crèmig kaasje Saint Félicien, moulé à la louche - tradition l’étoile du Vercors uit St. Just de Claix (Isère), een paté en croute van eend en pistachenoten (om uit het vuistje te eten zo stevig), twee droge worstjes (uiteraard uit de regio), een fles water en een fles appelsap uit Bretagne (maar 5 uur na openen houdbaar!) mee naar mijn hotelkamer. Beter kon deze reis in Frankrijk niet beginnen.

lekker

De volgende dag keek ik mijn ogen uit toen ik de Alpen binnenreed. En direct bij aankomst in het wintersportplaatsje werd ik gelijk aan het werk gezet. Alle kookspullen, en later ook alle ontbijtspullen, versnaperingen en praktische spullen zoals toiletpapier, moesten naar de chalets worden gesjouwd. En daarna doken Karin en ik direct de keuken in. Op het menu stond kalkoenfilet, gebakken zalm, rijst, aardappelgratin, broccoli (of was het nou bloemkool?) en salade. Het was even wennen aan de keuken, de materialen, elkaar, maar uiteindelijk heeft iedereen met smaak gegeten. En het hinderde niet dat ik een schaal met groenten en vis uit de oven liet kletteren, er was gelukkig meer dan genoeg.
De andere dagen stonden verschillende stamppotten (met worst en rollade), twee soorten pasta (met gehakttomatensaus en een romige vissaus), mexicaans (zelf tortilla’s rollen), marokkaanse kip en groenten of aardappel-groenten-vlees op het menu. Dankzij de enorme pannen en de professionele oven die Karin uit Nederland had meegenomen, haar ervaring en voortvarendheid èn door het geweldige aanbod van de Franse supermarkt in het dal kregen we het iedere dag in no time voor elkaar. De staande ovaties en het feit dat de bewoners van het chalet graag ‘thuis’ aten (ze mochten ook in de andere chalets eten waar het bijbehorende restaurant voor het diner zorgde), waren een leuke manier om te merken dat onze inspanningen gewaardeerd werden. Â
Ik heb er veel van opstoken, maar had toch ook tijd om lekker te ontspannen met een paar nieuwe kookboeken. Ik heb mijn ogen uitgekeken in de bergen, ook al was het ‘boven’ wel heel erg koud. Maar bovenal heb ik een nieuwe vrienden voor het leven, in elk geval voor 1 week, gemaakt, maar wie weet voor hoeveel langer.Â

PS Heeft iemand goede tips om ‘grote’ foto’s goed weer te geven? Ik verklein ze, maar daar worden ze niet mooier van…

Koken in Frankrijk

snowfoodHet is hier even een weekje stil, omdat ik in Frankrijk een groep singles ga verwennen met mijn kookkunsten. Zij skieen, ik kook.

Ik vind het een mooie taakverdeling.

Â

(En nee, deze boeken heb ik niet meegenomen.)

Risotto met prei

Op zoek naar een lekkere variant met risotto, die nog wel bij de winter past, kwam ik in het River Cafe Cook Book Easy de suggestie tegen om prei door de risotto te doen. Dol als ik ben op gestoofde prei verbaasde me het dat ik er nog niet zelf op gekomen was. Het boek heb ik weggelegd en op eigen wijze risotto gemaakt.

Risotto met prei

* 4 hele preien
* 1 ui
* 1 teen knoflook
* 150 gr risotto
* 1 dl witte wijn
* 4 dl kippen- of groentenbouillon
* flinke klont boter
* 100 gr plakjes proscuitto (rauwe ham)
* stukje parmezaan

Verwarm de bouillon tot aan de kook.
Verwarm de klont boter in een pan met dikke bodem en bak hierin de fijngesneden ui.
Snijd intussen het witte deel van de prei in stukjes van ca 1 cm en het groene deel in kleine ringetjes. Was de prei en bak deze kort mee met de ui.
Hak de knoflook en bak deze ook mee.
Voeg de rijst toe en laat deze glazig worden en blus af met de witte wijn.
Zodra de wijn bijna verdampt is, voeg je scheut voor scheut (of soeplepel voor soeplepel) de bouillon toe tot de rijst gaar is. Proeven, en als het nodig is, nog wat extra vocht (bouillon of water) toevoegen.
Roer de rest van de boter en de geraspte parmezaan door de risotto. Snijd de proscuitto in kleine stukjes en meng door de risotto.

Over bloggen en commercie

web2.0Een tijdje geleden werd ik gevraagd of ik wilde deelnemen aan een panel. Het communicatiebureau Fleishman-Hillard was bezig om een lunchbijeenkomst te organiseren voor haar klanten. Zij hadden gemerkt dat hun klanten nogal wat moeite hebben met web2.0, als ze al begrijpen wat dat is (dit dus). Wat ze vooral merkten was dat hun klanten niet goed wisten hoe ze om konden gaan met negatieve publiciteit over hun bedrijf of produkt op internet. Op web2.0 kan tenslotte iedereen zomaar zijn mening over iets geven.
Mij vroegen ze of ik mijn ervaringen als blogger tijdens deze bijeenkomst wilde delen. Wat zou ik er als blogger bijvoorbeeld van vinden als een bedrijf mij zou benaderen om te vragen iets over hun produkt te schrijven.
Het was nog maar kort na de bijeenkomst die Onno Kleyn onder collega’s georganiseerd had over hoe je als culinair schijver of journalist om kunt gaan met de commercie (zie hier voor het verslag van Dick Veerman daarvan). Nu zou ik een inkijkje kunnen krijgen van de andere kant en ik zegde mijn medewerking toe.

Afgelopen donderdag was het zover. Achttien klanten van FH kregen eerst een korte presentatie over wat web2.0 nu eigenlijk is. Sociale netwerken, zoals Hyves en LinkedIn werden besproken, maar ook wat blogs en twitter nu eigenlijk zijn. Na deze presentatie werd ik samen met de twee andere panelleden voorgesteld. Dat waren journalist Vincent Andriessen van het Financieele Dagblad en blogger Ron Smeets van Mobile Cowboys. Ons werd gevraagd te reageren op vier stellingen.

De eerste stelling luidde: Bloggers en journalisten zijn elkaars concurrenten. Ron kreeg als eerste het woord en hield een genuanceerd verhaal over dat bloggers en journalisten niet altijd in elkaars vaarwater zitten waardoor er van concurrentie niet altijd sprake hoeft te zijn. Ook ik nuanceerde en vertelde dat lang niet iedere blogger uit is op nieuws. Gewoon vertellen wat die avond gegeten hebben is voor sommigen al meer dan genoeg. Bloggers die nieuws brengen of het nieuws becommentarieren zijn (in elk geval onder foodbloggers) zeldzaam. Vincent leidde verbaasd zijn visie in met de opmerking dat hij dacht dat hij zich zou moeten verdedigen tegenover ons. Maar niets was minder waar. Hij zag de verschillen tussen bloggers en journalisten ook, en meende dat journalisten juist de taak hadden een soort helicopter-view te geven over alle verschillende meningen van bloggers en hun lezers.

Ook over de tweede stelling waren we het in grote lijnen wel eens; we waren het er niet mee eens: Bloggers vinden feiten en bronnen controleren niet belangrijk. Bij Ron gaat het vaak om de snelheid. Als hij een gerucht hoort over bijvoorbeeld een nieuw type mobieltje dan plaatst hij dat in de rubriek ‘geruchten’. En checkt deze bij de fabrikanten, maar die vertellen hem altijd dat er niets van waar is. Tot prompt een week later dat mobieltje precies zo uitgebracht wordt. Voor journalisten is snelheid niet altijd het belangrijkste, zeker als ze voor weekbladen schrijven en wat langer kunnen nadenken over hun stukken. Ron erkende dat als hij een dag wacht met het schrijven over een interview bijvoorbeeld, dat er dan een ander stuk uit zijn vingers zou rollen dan als hij het gelijk online plaatst. Omdat Vincent ook op de website van het FD blogt, kreeg hij de vraag uit de zaal of hij dan wel zomaar zijn eigen mening kwijt kon. Hij vergelijk het met de opiniepagina in de krant en vertelde dat hij lang had nagedacht over de vorm van zijn blog. Daarop geeft hij toch vooral produktbesprekingen en -vergelijkingen en als je dat in de ik-vorm schrijft hoeft de krant daarop niet aangesproken te worden.

De derde stelling luidde: Op blogs en fora neigt men eerder tot publicatie van negatieve dan positieve ervaringen. Ik vertelde dat dat in mijn ogen niet zo is. Veel foodbloggers schrijven juist over produkten of ingredienten die ze lekker, handig of mooi vinden, wat op hun beurt andere foodbloggers inspireert om dat produkt ook eens aan te schaffen of uit te proberen. Ook Ron had zelfs gemerkt dat fabrikanten ook blij kunnen zijn met negatieve berichten, daar kunnen ze immers alleen maar van leren.

Van stelling vier was ik wel benieuwd naar wat de zaal ervan vond: Nederlandse bedrijven en organisaties zijn huiverig online mee te praten wanneer het onderwerp hen aangaat. Als je net als ik Foodlog enigszins volgt, dan weet je dat dat voor hen in elk geval geldt. Op koken.blog is er wel een uitgeverij geweest die mij en mijn lezers informeerde over een nieuw boek, maar dat is natuurlijk een heel onschuldig voorbeeld.

En zo ging het half uur dat was gereserveerd voor de discussie snel voorbij. Het was een leerzame bijeenkomst, vooral voor de deelnemers. Maar ook ik vond het erg leuk om van Ron en Vincent te horen over hoe zij over deze zaken denken.

1 of 2,5

“Boerenkaas te koop” of “Te koop Boerenkaas”, wat er precies stond weet ik niet meer. Maar de ligging van het bord wilde ik onthouden, zodat ik er op de terugweg even een stop kon maken. Bij mijn kaasboer (een echte kaaskop noemde een andere klant hem gekscherend) vraag ik altijd om ‘oude boeren’ en die was net op zijn. En zo gezegd, zo (zowaar) gedaan.

oude kaas

Op het erf stond een bord van de Kaasboerderij De witte welle, maar alle deuren waren dicht. Ik probeerde er 1 en kwam inderdaad in een ruimte met veel kaas en een dame die de kaas verkocht. Ik kon kiezen uit een kaas van 1 jaar oud en een kaas van 2,5 jaar oud en daar tussen had ze niets. Even wilde ik zuchten. Want de kaas van 1 jaar oud vond ik te jong en de kaas van 2,5 jaar oud brokkelde onder haar handen af. Heerlijk, maar wat minder geschikt voor op brood. Mijn gedachten hierover sprak ik blijkbaar hardop uit, want de kaasmaakster antwoordde dat mensen en restaurants uit de omgeving deze kaas inderdaad kochten voor een kaasplateau of om er lekker stukjes van te knabbelen. Dat besloot ik dan ook vooral maar te doen, zoals nu bijvoorbeeld, en om soort hagelslag van kaas op mijn brood te eten.
Kaasboerderij De witte welle blijkt vorig jaar de publieksprijs van de wedstrijd Agrarisch Ondernemer 2008 te hebben gewonnen. Hier vind je in het juryrapport over het bedrijf.Â