Als je op je werk een email krijgt met onder andere de tekst: “[Het bedrijfsuitje zal] … dit jaar in het teken van ‘proeven’ staan. Enige experimenteerlust en onbevangenheid om het onbekende tegemoet te treden is meegenomen, maar ook voor de behoudender types is er genoeg te genieten. De [uitjes-commissie] kan zorgen voor witte jassen, stofbrillen en helmen, maar buiten je verslikken zijn er weinig gevaren bij de ‘proeven’ op deze dag.”, waar denk je dan aan?
Ik moest denken aan Proef van eetontwerpster Marije Vogelzang. Maar omdat ik geen flauw idee had of zij haar medewerking zou verlenen aan een bedrijfsuitje, hield ik mijn gedachten voor me. Ik bleek echter gelijk te krijgen.
De dag begon met een lezing van Marije Vogelzang over haar werk en haar ideeen. Aan de hand van een diashow vol prachtige foto’s ging Marije kriskras door haar werk. Van de bekende suikerlollie in de vorm van een pistool, naar een recente uitdaging in Libanon, ze vertelde over de kraanwaterproeverij en haar afstudeerontwerp voor een nieuw begrafenisritueel, maar ook over de foodwave en de knuffelworst. Centraal in haar werk staat het idee dat je als ontwerper geen materiaal kan vinden dat zo dicht bij de mens staat als voedsel. En naar voedsel kan je op veel verschillende manieren kijken: met je zintuigen, als resultaat van een chemische samenstelling, maar het maakt ook onderdeel uit van de cultuur of samenleving, het is natuurlijk en zelfs vanuit de psychologie kan je er iets mee.
Nieuwsgierig geworden? Kijk even op haar site of bijbehorende blog. Na afloop van haar lezing vertelde Marije me dat er tegen het einde van het jaar een overzichtsboek van haar werk onder de titel Eat Love wordt uitgebracht, dus daar kan je eventueel ook op wachten. [Het boek is uit!]

Nog duidelijker hoe Marije Vogelzang werkt, werd het tijdens de lunch. We kregen allen een nummer en een bijbehorende plaats aan een tafel toegewezen. Iedere tafel had 4 zitplaatsen en er stonden grote lunchzakken in twee verschillende kleuren. Het nummer correspondeerde met de duur van het dienstverband en de tafelschikking was zo dat de oudstgediende tegenover de jongste werknemer zat etc. Een van de twee had een zak met alleen eetmaterialen zoals borden, bestek en bekers, terwijl in de andere zak juist alleen het eten zat. En zo werd je gedongen met je overbuurman of -vrouw in contact te komen en samen te eten. Erg leuk om eens met een collega aan de praat te raken waarmee je dat normaal gesproken niet zo snel zou doen.Â
Na de lunch werden we op basis van onze eigen voorkeuren ingedeeld in drie groepen. Ik zat in de groep natuur en dat betekende dat we in Benthuizen bij de familie Sonneveld appels gingen plukken. Na een uitleg van fruitteler Jan over zijn bedrijf, de appels en het plukken (”een boom mag het eerste jaar boom zijn”), mochten we een zak vol van de bomen halen. Deze brachten we daarna naar de Voedselbank van Rotterdam. Ik had er een beetje ongemakkelijk gevoel bij, maar dat verdween enigszins toen ik een van de medewerksters hoorde zeggen dat zij geen bestaansrecht hebben als er geen overschotten zouden zijn. Ook bij de voedselbank kregen we tekst en uitleg en daarmee werd het een leerzame middag.

En die kreeg nog een zeer smakelijke voorzetting in loungerestaurant Obba. Obba is een typisch Rotterdams restaurant. Het casco bestaat uit zeecontainers, het kijkt uit over de Maas en is multicultureel. Obba betekent Koningstent en dat is de belangrijkste tent in een nomadenkamp. Eigenlijk zou het “Oba” moeten heten, maar de eigenaresse vertelde ons dat het in Rotterdam al gauw de bijnaam “O, bah” zou krijgen, dus liet ze er staand voor de balie van de Kamer van Koophandel snel nog een B bijzetten. Het is een unieke plek om te eten en het eten is er goed.
En zo werd het een heel mooi uitje voor deze foodloving lady!Â
De foto van de appels is gemaakt door collega Ria Vogels.