voedsel voor de geest
Niet alleen je lichaam profiteert van gezond voedsel, maar vooral ook je hersenen varen daar wel bij. Dat is te lezen in een leerzaam artikel in het Scientific American Mind. Maar gisteravond gaf ik mijn geest een ander soort voeding: informatie, en wel over (gezond) eten. De nieuwe maandagavond-cyclus van Studium Generale van de Universiteit Utrecht, gaat over de zin en onzin over eten. En gister probeerde Jaap Seidell een aantal misverstanden over gezond eten uit de weg te ruimen, of op z’n minst het ontstaan van deze misverstanden te verklaren.
Seidell begon met een uitgebreide verhandeling over overvoeding, overgewicht en het ontstaan en de gevolgen hiervan. Want tot ongeveer de Industriële Revolutie (ca 1800) was er van overproductie van (energierijke) voeding geen sprake, en sinds een jaar of 40 à 50 des te meer. Een belangrijke reden dat dit een zorgelijke ontwikkeling is, is dat de productie van energierijk voedsel, met name vlees, veel van onze hulpbronnen (zoals water) kost. Maar tegelijkertijd is de Westerse mens steeds minder gaan bewegen en meer gaan wegen. Overgewicht of haar overtreffende trap obesitas zijn hiervan een gevolg en veel mensen die in de laatste categorie vallen leiden ook aan de zogenoemde welvaartsziekte diabetes type II. Dit is één van de duurste ziekten voor de samenleving vanwege haar vele chronische ziekteverschijnselen en complicaties en de hoeveelheid zorg die hiervoor nodig is. Ook voor de mens die er aan lijdt is het geen prettige ziekte, overigens.
Daarna kwam Seidell met een stortvloed aan onderzoeken naar het voldoen aan de norm voor gezond bewegen en hoe je de inname van vet, koolhydraten en suikers door mensen kunt beperken. Eén bevinding sprong er voor mij uit: hoe groter je de portie maakt, en daarbij nog gezelschap biedt aan de eter, hoe meer (relatief gezien) men eet.
Voor een sociologe als ik kwam daarna het meest interessante gedeelte van de lezing over wie nu eigenlijk verantwoordelijk is voor deze toename van overgewicht in de samenleving. Seidell verdedigde met verve de stelling dat de omgeving een heel grote rol speelt. Natuurlijk heeft de consument haar eigen verantwoordelijkheid, stelde hij, maar het aanbod is wel erg groot. AH heeft wel 38 soorten melk in het assortiment, zo heeft hij eens geteld, en dat maakt het kiezen natuurlijk erg lastig. Daarnaast legde hij een deel van de ’schuld’ bij de marketing, zeker als deze op kinderen is gericht. Pas als zij ouder dan 12 jaar zijn snappen ze het onderscheid tussen (het doel van) reclame en andere filmpjes. En tot slot sprak hij over een klasseprobleem: overgewicht is vooral een probleem voor mensen met een laag inkomen en/of een lage opleiding, die wonen in de minder goede buurten. En hieruit volgde zijn pleidooi dat niet alleen de wethouder of minister van gezondheid verantwoordelijk is voor dit probleem. Ook ruimtelijke ordening (mogen fastfood-bedrijven zich in de buurt van scholen vestigen?), verkeer en waterstaat (kunnen kinderen wel veilig naar school fietsen en dus in beweging zijn?) en onderwijs (gym niet afschaffen met juist het aantal uren vermeerderen) zouden zich eens over deze problematiek moeten buigen, aldus Seidell. Door het probeem zo breed te trekken maakt hij het, terecht denk ik, niet eenvoudig oplosbaar. Maar dat kan ook niet als je overgewicht of vetzucht ziet als een normale reactie op de abnormale omgeving waarin wij thans leven.
 
