Twee weken geleden schreef ik dat ik eens wilde koken uit een boek dat ik al twee verjaardagen geleden voor mijn verjaardag had gekregen. Nu ben ik niet zo van de Aziatische keuken, maar hé, een gegeven paard enzo.. In het boek, De smaak van het oosten van Alistair Hendy, staan prachtige foto’s en (voor zover ik dat kan beoordelen) tamelijk authentieke recepten uit tal van Aziatische landen. Dit boek is alleen al vanwege de foto’s een must. Maar kastvulling heb ik al genoeg, dus werd het tijd om eens uit dit boek te koken.
Ik koos voor de rode Thaise curry, maar dan zonder het pakje of blikje kokosmelk uit het recept, want ik had nog kokos in de vorm van een blok santen in de koelkast liggen. Maar eigenlijk had ik geen flauw idee hoeveel santen van het blok een blikje melk vervangt. Ik eindigde dus met een heel zoete en absoluut niet pittige rode Thaise curry. Ook lekker, maar niet helemaal de bedoeling. Reden om eens uit te zoeken hoe het nu zit met kokos, santen, klapper en de verschillende verschijningsvormen ervan. Een speurtocht over het internet leverde het volgende op.
Kokos als room
De romige gerechten in de verschillende Aziatische keukens komen meestal tot stand met behulp van kokos. Waar wij een koe voor melken, hakken zij een kokosnoot aan gort. En van die kokosnoten hebben zij er zoveel als wij koeien hebben en waarschijnlijk meer. Iedere volwassen kokospalm kan jaarlijks 80 tot 125 kokosnoten voortbrengen en houdt dat ook nog eens een jaar of zestig vol. Extra handig is dat bijna alle onderdelen van de noten gebruikt worden, voor huisraad (de kokosmat!), brandstof, zeep of in de keuken. Voor de eerste drie toepassingen kun je deze link volgen, voor het keukengebeuren mag je hier blijven.
Ruwe bolster, blanke pit
Wie wel eens een kokosnoot geopend heeft (zie hier hoe je dat moet doen), weet dat de buitenste harige schil (overigens hoort daar nog een gladde schil omheen!) een dikke witte laag vruchtvlees en een waterige vloeistof omvat. Deze vloeistof wordt ook kokoswater genoemd. Hoe verser de noot, hoe meer kokoswater deze bevat en hoe beter je je dorst kunt lessen. Schud een kokosnoot dus goed als je er één wilt kopen, hoe meer het water binnenin klotst, hoe beter.
Leuk om te weten wellicht is dat de naam coco in het Portugees aapje betekend. Dit vanwege de gelijkenis van de noot met deze diersoort, aldus de vroege ontdekkingsreizigers.
Santen, kokos of klapper?Â
In de keuken gebruiken we het vruchtvlees uit de kokosnoot en dat noemen we kokos, of klapper in het Indonesisch. Dit vruchtvlees kan je op verschillende manier kopen: geraspt en gedroogd, als poeder, vloeibaar uit blik of geperst tot een blok. En allemaal houden ze op één of ander manier met elkaar verband.
Als je het vruchtvlees raspt en daarna droogt, krijg je de geraspte droge kokos die in zakjes wordt verkocht. Deze gebruik je vaak als garnering of in droge gerechten, zoals cakes.
De natte vorm is kokosmelk, maar kennen we ook onder de Ind(ones)ische namen klappermelk of santen. Ook hiervoor wordt het vruchtvlees geraspt, maar daarna gemengd met warm water en dan uitgeknepen tot je melk overhoudt. Dit is een zeer tijdrovend karwei en dat laat je gerust over aan degenen die daarvoor hebben doorgeleerd. De eigenwijzen onder jullie kijken even hieronder hoe je van een verse kokosnoot zelf kokosmelk kunt maken, anderen gaan naar de winkel voor kant-en-klare kokosmelk in blik, pakje of uit de diepvries. Eventueel neem je kokos in poedervorm van Conimex of Go-Tan mee. Deze moet je dan alleen nog aanlengen met kokend water. Maar zorg liever dat je het echte spul te pakken krijgt, in een toko bijvoorbeeld, maar ook bij een goed gesorteerde supermarkt maak je een goede kans.
Het makkelijkste zijn dan de grote blokken geconcentreerde santen (nog steeds kokosmelk), die soms worden verkocht onder de naam creamed coconut of kokoscrème. Deze los je op in water. Hoeveel van het blok en hoeveel water je nodig hebt staat er dan meestal niet op, maar ga ervan uit dat een plakje van 1 cm een kopje dikke santen oplevert, of het hele blok (200 gr) ruim 1 liter. Hoe meer vocht je toevoegt, hoe dunner de kokosmelk. Het makkelijkste is de stukjes van het blok direct aan een gerecht toe te voegen, met genoeg vocht om het op te lossen. Dat laatste is niet echt nodig als je het in de soep gooit, natuurlijk. Blijf in beide gevallen roeren om de geconcentreerde kokoscrème goed op te laten lossen.
Zelluf doen?Â
Heb je een verse kokosnoot in huis of juist alleen gedroogde geraspte kokos, maar heb je kokosmelk in een gerecht nodig, maak dan zelf je kokosmelk. Rasp het vruchtvlees van de verse kokosnoot of neem de gedroogde kokos. Meng dit met heet water (de verhoudingen lopen in de verschillende recepten uiteen, maar ga ongeveer uit van 1 op 1), laat het mengsel enigszins afkoelen en meng ze goed (evt met blender). Pers dan de kokos door een fijne zeef of kaasdoek en knijp er zoveel mogelijk vocht uit. Op deze manier krijg je dikke santen (of kokosroom). Door dit proces nogmaals te herhalen met het overgebleven vruchtvlees en een zelfde hoeveelheid water krijg je dunne santen. Voeg je de dunne en de dikke melk samen, dan heb je kokosmelk.
Moeilijk lijkt het me niet, maar ik loop dan liever even naar de winkel of wacht met het maken van dat ene gerecht tot ik wel kokosmelk in huis heb…