[vlees] saffraan-sinaasappel-kipspies met venkelsalade

Afgelopen week sprak de buurman mij aan over de buurtbarbecue die hij organiseert en voor ik het wist had ik toegezegd eens na te denken over leuke dingen voor op die barbecue. Uit de bibliotheek haalde ik ‘Vers van de grill: De mediterrane barbecue’ van Matthew Drennan en ‘Grillen voor binnen en buiten’ van Linda Tubby. Lekker op een terrasje in de zon (dit speelde zich afgelopen vrijdag af!) bladerde ik in het eerstgenoemde boek en daar deed ik inspiratie op voor mijn eten van die avond. Tegen kooktijd was de zon verdwenen en dus gebruikte ik de grillpan.

* 250 gr kipfilet
* 1 venkelknol, 1 handsinaasappel, aantal bladeren Romeinse sla
* olijfolie, een aantal stevige groene olijven
* plukje saffraan, (verse) tijm, peper en zout

Laat de saffraan ca 10 min in een eetlepel kokend water en wat zout wellen (dat had ik nog nooit eerder gelezen, dat je zout� toevoegd als je de saffraan laat wellen, iemand enig idee waarom dit nodig is? als dat al nodig is…).
Rasp het oranje van de schil van de sinaasappel en meng de sinaasappelrasp met de saffraan, olijfolie, tijm, peper en zout tot een marinade en laat hierin de in stukjes gesneden kip zo lang mogelijk marineren.
Haal (evt) het lelijke buitenste blad van de venkel en het wortelstuk, was en snijd de knol in flinterdunne reepjes.
Snijd de partjes uit de sinaasappel en probeer zoveel mogelijk van het sap dat je onvermijdelijk verliest op te vangen. Marineer de venkelreepjes in het sap van de sinaasappel, olijfolie, peper en zout.
- tot zover kan je het allemaal voorbereiden -
Haal de harde nerf uit de slabladeren, was de bladeren en scheur ze in stukjes.
Doe de Romeinse sla in een kom en voeg de gemarineerde venkel en de partjes sinaasappel toe.
Rijg de kipstukjes aan een spies en voeg 1 olijf per spies toe en grill tot de kip gaar is (ca 10 min) in een grillpan, op een grillplaat of barbecue.

Ik at dit met goed schoongeboende en in de schil gekookte Opperdoezer Ronde.

nieuwe speeltjes

Op de laatste dag van de vakantie verkende ik Brescia. De regen en de siësta dwong ons de plaatselijke bijenkorf te verkennen, waar twee heel leuke speeltjes stonden te wachten om mee genomen te worden naar Nederland. Een beetje culi heeft natuurlijk al een pastamachine en een passevit, zo ook ik, maar de één was kapot en de ander werd gewoonweg overtroffen door het exemplaar dat in deze winkel stond.

pastamachine

Deze pastamachine neemt je bijna al het werk uit handen. Het enige dat je nog hoeft te doen is je ingrediënten te kopen. Links zie je een (oranje) maatbeker met een vak voor meel en een vak voor vocht, bovenin zit een mengkom met grote deeghaak die voor je kneedt en op de plaats van de maatbeker hang je daarna je rollers die door de machine worden aangedreven. Vooral dat laatste maakt mij blij, aangezien je altijd drie handen nodig lijkt te hebben om je deeg door een kleine handmatige machine te halen. Eén hand om het deeg boven de roller te houden en goed door de roller te begeleiden, één hand om het deeg onder de roller weer op te vangen en één hand om de roller aan te drijven en te laten rollen. Verder is het natuurlijk een plaatje!
Ook de huidige passevit in huize eediete lijkt soms drie handen nodig te hebben. Vaak springt de zeef of het mes los of staat het hele ding te wankelen boven pan of kom. Dit exemplaar staat zelfstandig, zodat je met twee handen uit de voeten kunt. Boven gooi je stukjes tomaat, zij worden stevig door een roller geduwd en komen er linksonder uit. Dan glijden de tot moes geprakte tomaten over het glijbaantje naar rechts, waar je een schaal hebt staan die ze opvangt.

passevit

Tot zover de theorie. Als de praktijk anders mocht uitblijken, dan lezen jullie dat hier!

Italiaanse markten

Eén van de leukste dingen om tijdens je vakantie in het buitenland te doen is het bezoeken van een plaatselijke markt of supermarkt. Het was na aankomst bij het hotel in Milaan, dat ik via internet op de naam (Edy) uitkoos, zelfs het eerste dat ik deed. De kamer was nog niet gereed en er moest een klein kwartier overbrugt worden. De naastgelegen supermarkt bracht me direct in de juiste vakantiestemming. Want wat een feest! Deze supermarkt had een grote groentenafdeling, lange schappen kaas en vleeswaren, een aparte slager en een koelvak vol verse pasta’s en gnocchi’s. Ook de brood- en patisserie-afdeling was onnoemlijk groot en gevarieerd, net als de lange rijen gedroogde pasta’s en rijst. Heerlijk zo’n supermarkt, om in te struinen en je voor te stellen dat je zo’n supermarkt altijd naast de deur hebt.
Maar het leukste zijn toch altijd de markten. In Milaan bezocht ik de markt op het Piazza Wagner. Deze dagelijkse markt vind je in een overdekte achthoekige hal midden op een druk verkeersplein. Vol groente, fruit, vlees, worst en andere vleeswaren, vis, brood, banket en snoepgoed en alles vers. Aan de bezoekers, de prijzen en het enorm gevarieerde aanbod te zien moesten dit ware delicatessen zijn. Lekker om wat brood, crudo (rauwe ham) en kaas te halen en in een parkje te ontbijten! De tomatenfoto is hier gemaakt. En nee, dit is niet de markt in Milaan die de nieuwste Elle eten, die op de mat lag toen ik thuis kwam en als thema Italië heeft - wat een timing - , beschrijft.

verse gorgonzola

De rest van mijn vakantie bracht ik door in een klein huisje aan een klein meer. Toen de laatste dag van mijn vakantie naderde raakten de bewoners van het naburige dorp meer en meer in de ban van een evenement dat in hun dorp zou plaatsvinden. Maar wat er precies stond te gebeuren, ik kreeg er geen hoogte van. Pas op de dag van vertrek werd alles duidelijk: het hele weekend zou er een Europese markt zijn. Zo was Frankrijk was present met veel soorten brie, Duitsland met een bierstube en bratwürsten (mit kraut!) en de verschillende Italiaanse regio’s verkochten hun lokale kazen, worsten, broden en andere lekkernijen. Daarnaast was ook Finland aanwezig met dikke wollen truien, Ierland met fluitjes en voetbalsjaaltjes en Nederland met houten speelgoed in de vorm van pistolen en geweren. Toch een gemiste kans om de Italianen kennis te laten maken met kroketten, frikandellen en boerenkool met worst ;-).Â

kaas aan touw

De laatste paar uur voor het vliegtuig zou vertrekken sleet ik in de straten van Brescia (leuke stad!!!). Op een groot plein stond daar ineens een kleine markt van Slowfood. Wat een verschil met de markt van die ochtend! Daar hadden de kooplui hun waar uitbundig uitgestald, soms tot vervaarlijk wiebelende stapels, terwijl de Slowfood’ers nauwelijks een vierkante meter van hun tent nodig hadden voor een summiere uitstalling van hun producten. Ook de regen maakte het voor bezoekers niet zo aantrekkelijk om eens een kijkje te nemen bij de bijzondere waar. Jammer, want je mocht er van alles proeven, al bood de ene verkoper zijn waar wat actiever aan dan de andere. Omdat ik een paar uur later al terug naar huis zou vliegen, heb ik alleen een flesje honingazijn gekocht.

markt slowfood

Want vooral deze laatste dag leerde ik een belangrijke les: ga met de auto naar Italië! Dan kan je deze helemaal volstouwen met lekkernijen en je vakantie nog een tijdje verlengen als je weer thuis bent. Dankzij de verscherpte controlemaatregelen op de vliegvelden is dat een stuk minder eenvoudig als je vliegend naar Italië gaat. Gelukkig kwamen onze nieuwe speeltjes wel door de controle, al moest een douanier één van de dozen van binnen bekijken. Wat zij zag, weten jullie overmorgen ook.Â

was het maar zo….

Nederland een provincie van Italie?

… dat Nederland een provincie van Italië is, zoals deze groentenboer in Milaan scheen te denken. En wij hoopten het nog op dag 1, na een bezoek aan een overdekte markt vol delicatessen van fruit, groenten, kaas, vlees en vleeswaren, worsten en vis en een geweldige proeverij van een aantal van deze vleeswaren, salami en kazen uit de regio.
Later in de vakantie kregen we aanwijzingen dat Italië heus op Nederland kan lijken en dat er ook slecht gesorteerde en inspiratieloze supermarken zijn, of restaurants die je zelf in je eigen keuken makkelijk kan overtreffen.

Meer indrukken volgen later deze week.

mannen met lekkere hapjes

Ik ken ze! Die mannen met lekkere hapjes. En afgelopen weekend mocht ik ze aan het werk zien. Sterker, ik ‘mocht’ mee helpen. Kennen jullie dat? Dat je je soms afvraagt hoe het zou zijn als je van je hobby je beroep zou kunnen maken? Ik in elk geval wel en om mijn nieuwsgierigheid een beetje te bevredigen liep ik een soort van stage van één dag. Voor deze mannen is het cateren ook een uit de hand gelopen hobby en daarom vonden ze het des te leuker dat ik een dagje met ze mee zou lopen.
Zaterdagochtend was ik vroeg uit de veren om de mannen te gaan helpen. De klus was een trouw- annex verjaardagsfeest met ongeveer 80 gasten. Een deel van de voorbereiding was toen al gedaan, maar mij was verzekerd dat ik zeker nog mijn handen uit de mouwen kon steken. En dat bleek! Terwijl meneer eediete Jan hielp met het opbouwen van de bar, mocht ik mee boodschappen doen en in de keuken aan de slag. Druiven halveren, tomaten en mozzarella op een spies prikken, kruiden van hun takje ritsen, tomatensoep maken en broden afbakken waren een paar van de klussen die voor mijn rekening kwamen.
Maar toen was het werk nog niet gedaan. Het leuke van de mannen is namelijk dat zij een groot deel van het eten voor het oog van de gasten bereiden. Er staat dus geen vol buffet klaar als de gasten arriveren, maar continu verschijnen er nieuwe hapjes op de bar. Dus terwijl de eerste gasten rond zes uur binnendruppelden gingen wij weer aan de slag om de eerste gerechten af te maken. En dat ging in een hoog tempo door tot een uurtje of negen. Pas toen kon ik even om me heen kijken en een indruk van het feest krijgen. Het zag er erg gezellig uit. Voor de meeste mensen waren de gerechten, niet veel anders dan ik dagelijks voor onszelf klaar maak (behalve dan de hoeveelheden), spannend en nieuw. Spaanse tortilla’s? Ansjovis? En hoe pel je gamba’s? Overigens leerde ik ook twee nieuwe en erg lekkere smaakcombinaties: druiven, dragon en parmezaan en ansjovis met Spaanse rauwe ham. Chef Mat liet me nog een tijdje stoeien met de grill en daarna werd het tijd voor de chocoladefontein en de toetjes. De eerste viel erg in de smaak bij kinderen en hun moeders, terwijl de rest van de gasten smulden van de andere toetjes. En zo langzamerhand liep het feest op z’n einde.
Het was vermoeiend, druk, maar erg gezellig. Het lekkere weer, maar vooral de gastvrijheid van de mannen (& Ca) en hun hapjes maakten dat dit een onvergetelijke ervaring was.
Meer informatie over de mannen Jan & Mat Haenen met hun lekkere hapjes via 0614542471.

De komende week is het hier stil, dan geniet ik van het Italiaanse leven.

gedeelde vreugd…

… is dubbele vreugd. Dat is de reden dat ik een jaar geleden met deze weblog begon. Lekker koken en eten is bij uitstek geschikt om te delen met anderen. En één manier is door daarover te schrijven. Uit de vele reacties op mijn recepten, vragen, recensies en verhalen durf ik wel op te maken dat jullie het daarmee eens zijn.
Vandaag precies een jaar geleden bakte ik zelf friet om de start van deze digitale versie van mijn keuken te vieren. En sindsdien zag je me voor het eerst schelpdieren eten (die ik zelf ‘ving’ aan de Bretonse kust), op verschillende manieren konijn klaarmaken, stoofpotjes ontdekken,� mijn risotto perfectioneren en tal van nieuwe gerechten uitproberen. En laat ik de speurtocht naar de perfecte slagroomtruffels niet vergeten. Ik heb onlangs nog een nieuwe tip gekregen, dus na deel 2 volgt binnenkort ook deel 3. Daarnaast kregen jullie� zelfs een kijkje in mijn echte keukenkastjes.
Dit blog leverde ook voor mij persoonlijk wat op. Mijn vocabulaire verrijkte met een nieuw woord: weblogwaardig. Die kwalificatie krijgen recepten die het onthouden waard blijken en die je in het archief terug kunt vinden. Daarnaast heb ik geleerd niet meer bang te zijn voor een writers blog. Er valt eigenlijk altijd wel iets te schrijven over lekker eten, ook (en soms juist) als je verwacht niets vermeldenswaardigs mee te zullen maken op culinair gebied. Verder leerde ik dankzij mijn blog weer andere enthousiastelingen ‘kennen’ en bracht het me op excursie naar een aardbeienteler.
Het zal duidelijk zijn, ik plak er nog wel een tijdje aan vast!

proeverij van aardbeien

Mijn oma deed ‘t vroeger in een bedje van anderhalf bij anderhalf: aardbeien kweken. Zij verzorgde de aardbeien en maakte er vele potten jam van, terwijl mijn opa de rest van hun groentetuin voor zijn rekening nam. Maar dat is natuurlijk niets vergeleken met de schaal waarop Jan Robben in Oirschot aardbeien kweekt. En dan is hij met 4 ha nog een relatief kleine kweker. Jan Robben is ’s lands bekendste aardbeienkweker en afgelopen vrijdag kreeg hij een clubje culinair journalisten op bezoek. Initiatiefnemers Onno Kleyn en (koken met) Karin Luiten natuurlijk, redactrices van Delicious, diverse freelance journalisten en professionele eetbloggers als eetschrijver Gerrit Jan Groothedde en Janneke Philippi. En ik speelde de verstekeling!

aardbeiboom

Eind jaren tachtig werd de roep om een milieukeur voor aardbeien steeds groter. Milieu-organisaties vonden dat er teveel bestrijdingsmiddelen op de aardbeien werden gebruikt. Jan Robben nam de uitdaging aan en ging op zoek naar natuurlijke middelen en vond deze. In 1989 kreeg hij als eerste kweker het milieukeurmerk en vele anderen volgden. Ook de ‘gewone’ telers zagen wel wat in zijn methoden. Toen hij op zijn erf ook de Lambada te koop aanbood en dat bij het publiek in de smaak bleek te vallen, ging hij zich meer en meer verdiepen in smaakaardbeien. Op dit moment kweekt hij zes verschillende rassen in de vollegrond. En om deze lekkere aardbeien beter te kunnen promoten, ontwikkelde hij de aardbeienboom van hierboven en mooie hoesjes om zijn aardbeienbakjes.
Speciaal voor ons stond er een bank met 9 verschillende rassen aardbeien voor ons klaar. Vijf ervan kwamen van Jan’s eigen land en nog eens vier had hij bij bevriende kwekers gehaald. Op het eerste gezicht leken de aardbeien allemaal op elkaar, maar als je dan toch eens goed kijkt, zie je wel verschillen. De ene is wat puntiger, de andere ronder en de derde is juist weer heel grillig en lijken alle aardbeien in hetzelfde bakje van een ander ras. Sommige waren heel licht van kleur, de andere weer wat donkerder en er was een ras bij waarvan het kroontje parmantig omhoog stak.

aardbeien proeven

Maarja, aardbeien proeven, hoe doe je dat? Een hap nemen en het kroontje op het gras gooien. Maar uit welk bakje kwam deze aardbei ook al weer? Of hoe omschrijf je die zoete aardbei die toch weer anders zoet is als die andere zoete aardbei? En wat nu als een aardbei in een twee proefronde toch weer niet zo zoet blijkt, zeker als je ze vergelijkt met andere aardbeien? Enkele van mijn notities: “Zoet, maar minder dan nr 3! Nasmaak minder sterk.” (Polka), “Vlezig, stevig” (Elsanta van de volle grond), “Aardbei! cijfer 10!” (Korona), “Zurig” (Sonata, nieuw ras) “Kruidig. Stevige bite!” (Promesse, nog niet op de markt), “Vlak, reukloos” (Elsanta uit de kas), “Lekker! Suikerzoet en sappig.” (Lambada). Gelukkig hoorde ik halverwege ook Onno Kleyn iets mompelen over dat dat proeven toch niet meeviel. Jan Robben had het consequent over smaakaardbeien en Elsanta’s. Ik was er trots op dat ik dat verschil er in elk geval uit kon halen: over de twee Elsanta’s had ik geen smaakobservaties, terwijl ik bij de andere zeven aardbeien daar wel iets over kon opmerken.
Aan een gok van de rassen heb ik me maar helemaal niet gewaagd. Ik hoefde me daarover niet te schamen, want dat probeerde maar een enkeling. Het zou ook schier onmogelijk zijn, want de meeste rassen kan je niet eens kennen omdat ze niet verkocht worden. En laat dat nu net de insteek van het hele offensief zijn: meer keuzevrijheid voor de consument in aardbeien! En dat dat nodig is bewijst de uitspraak van een vriendin op mijn enthousiasme: “Maar waar koop je die lekkere aardbeien?”. Daar moest ik haar het antwoord (voor Utrecht) op schuldig blijven.
Na de proeverij gingen we het veld in. En onderwijl Jan ons alles uit over de natuurlijke teelt van aardbeien vertelde mochten wij de aardbeien direct van de plant plukken. Heerlijk, vooral als ze een beetje door de zon waren opgewarmd. Het veld met Lambada’s was voor iedereen duidelijk herkenbaar aan de sterke geur. Toen ik Jan vertelde van die aardbeienverkoper in mijn straat die een auto vol Lambada’s niet te harden vond, keek hij verbijsterd. Hij had iets dergelijks duidelijk nog niet eerder gehoord. Deze aardbei ruikt sterk, maar toch echt naar aardbei.

brood met aardbeien

Daarna werd het tijd voor de lunch. Brooddesigner Lucas Vermeulen had voor heerlijk wit brood gezorgd en vertelde honderduit over zijn passie voor brood. Misschien dat daar binnenkort een nieuwe excursie naar inzit?! Daarna kletsten we nog wat na en werd het langzaamaan tijd om afscheid te nemen. Van Jan kregen we nog een prachtige bonbon: een Korona gedoopt in chocolade van chocolaterie en ijssalon De Dames uit Oirschot. In Jan’s winkel kocht ik nog wat doosjes aardbeien om de proeverij thuis nog eens op mijn gemakje over te doen. Met de Korona weer als winnaar! Die mogen wat mij betreft ook worden gepromoot, zodat ik ze vaker kan eten.

update: Jan Robben houdt hier een overzichtje bij van alle verhalen over deze excursie.